Milieu en gezondheid: houtkachels en open haarden

Vooral bij mistig en windstil weer kunnen houtkachels en open haarden veel (rook)overlast veroorzaken. Klachten die met name voorkomen zijn stank, benauwdheid, prikkende ogen, hoofdpijn en andere milieu- en gezondheidsklachten. Om deze overlast te voorkomen of tot een minimum te beperken, wordt gewezen op onderstaande aandachtspunten:


aandacht voor de installatie

- de capaciteit van de kachel moet bij de ruimte passen en zeker niet te groot zijn

- zorg voor een goed, schoon rookkanaal

- zorg voor een schoorsteen die voldoet aan de wettelijke eisen

- een zogenoemde allesbrander is beslist geen huisvuilverbrander.


aandacht voor de ruimte

- de brandveiligheid rond de houtkachel of open haard moet goed geregeld zijn

- zorg voor voldoende ventilatie van de ruimte.


aandacht voor het stoken

- stook uitsluitend droog (minstens 1 jaar gedroogd) en onbehandeld hout

- let ook op de houtsoort: dennen, larix en vuren (met veel hars) is bijv. minder geschikt

- zorg voor een goed brandend vuur met voldoende hout en voldoende luchttoevoer: voorkom het afknijpen van de luchttoevoer om het vuur te temperen als het te warm wordt door te hard stoken

- stook niet bij mistig of windstil weer

- doof het vuur niet, maar laat het vanzelf uitgaan.


aandacht voor het afval

- de as uit de houtkachel of open haard hoort in de grijze container en niet bij het gft-afval.